De kans is reëel dat GPT-6 nooit GPT-6 gaat heten. Dat is medio augustus 2026 het eerlijkste antwoord op de vraag wanneer GPT-6 uitkomt: OpenAI heeft geen releasedatum aangekondigd, wel een volgend groot model — en dat heet Astra. Op de voorspellingsmarkt Polymarket staat de kans dat Astra vóór 30 september publiek is op 74 procent; de kans dat er vóór diezelfde datum iets uitkomt dat GPT-6 heet, staat op 38 procent. Dat gat van 36 procentpunten is geen ruis. Het is de markt die inprijst dat het volgende OpenAI-model onder een andere naam gaat landen.
Voor wie een AI-investering plant, is dat meer dan een naamgevingsdetail. Het bepaalt of "we wachten even op GPT-6" een verdedigbaar besluit is of een manier om een jaar niets te doen. Hieronder staat wat er hard is (aankondigingen), wat afgeleid is (cadans en marktprijzen) en wat gerucht is — met die labels erbij, zodat je zelf kunt wegen. Wil je weten welk model je vandaag moet kiezen in plaats van welk model er straks komt, dan is onze gids over AI-modellen vergelijken de betere ingang.
Wat OpenAI wél heeft aangekondigd: Astra
Op 1 augustus 2026 kondigde OpenAI zijn volgende grote model aan op een manier die je makkelijk mist: verstopt in een onderzoeksblogpost. Daarin claimt het bedrijf dat een interne versie van Astra nieuwe resultaten produceerde op tien openstaande problemen uit de wiskunde en de theoretische informatica — problemen waar volgens de aankondiging al minstens tien jaar geen voortgang op was geboekt. Elk bewijs werd geformaliseerd in Lean, wat machinaal controleerbare certificaten oplevert in plaats van een claim die je moet geloven. De tokens voor alle tien oplossingen samen zouden tegen de API-tarieven van het huidige model ongeveer 2.000 dollar hebben gekost.
De aangekondigde kerncapaciteit is niet "slimmer antwoorden". Het is coördinatie: Astra is ontworpen om meerdere agents urenlang tot dagenlang op één probleem te laten samenwerken. OpenAI erkent er zelf bij dat fouten die zich in zulke langlopende workflows opstapelen nog niet zijn opgelost — een opvallend eerlijke kanttekening in een lanceringspost.
Wat er níet in stond: een releasedatum, een prijs, of de bevestiging dat dit het model is dat GPT-6 gaat heten. OpenAI houdt expliciet open dat Astra als eigen klasse naast de bestaande GPT-5-lijn komt te staan, in plaats van als opvolgnummer. De uitleg over wat die huidige lijn nu al kan, staat in ons artikel over GPT-5.6.
Waarom de markt denkt dat het geen GPT-6 gaat heten
Voorspellingsmarkten zijn geen orakel, maar ze hebben één eigenschap die persberichten missen: mensen zetten er geld op in. Op Polymarket lopen twee markten naast elkaar — één over de release van "GPT-6", één over de release van "Astra". De prijzen liepen medio augustus 2026 zo uiteen:
| Uiterste datum | Kans op release "Astra" | Kans op release "GPT-6" |
|---|---|---|
| 31 augustus 2026 | 16% | 8% |
| 30 september 2026 | 74% | 38% |
| 31 oktober 2026 | 82% | 61% |
| 31 december 2026 | — | 84% |
Stand 15 augustus 2026; deze prijzen bewegen dagelijks. De GPT-6-markt telt ruim 1,3 miljoen dollar aan volume. De Astra-markt loopt niet door tot 31 december, vandaar de lege cel.
De sleutel zit in de resolutieregel: de GPT-6-markt betaalt alleen uit bij een publieke launch én alleen als het ding daadwerkelijk GPT-6 heet. Komt hetzelfde model uit als GPT-5.7, dan verliest die markt terwijl de Astra-markt wint. Handelaren die op beide markten kijken, prijzen precies dat scenario in.
Let op wat diezelfde tabel óók zegt: tegen 31 december loopt de GPT-6-kans op naar 84 procent. De markt verwacht dus geen permanente naamswissel, maar een volgorde — eerst iets dat Astra heet, daarna alsnog een GPT-6. Het scherpe verschil zit in het derde kwartaal. Dat is precies de periode waarin veel bedrijven hun budget voor volgend jaar vaststellen, en wie zijn planning ophangt aan "GPT-6 komt in september" plant dus op een uitkomst waar de markt 38 procent kans aan geeft.
Dat past bij hoe OpenAI dit jaar is gaan benoemen. Het bedrijf schoof in 2026 in puntversies door de GPT-5-lijn heen, met varianten die eigennamen dragen in plaats van nummers — die lijn beschrijven we in ons artikel over GPT-5.6. Een model dat een fundamenteel andere werkwijze introduceert — agents die dagenlang samen doorwerken — past net zo goed in een nieuwe naamklasse als in een opvolgnummer. Voor jou als gebruiker maakt het niets uit; voor iedereen die op "GPT-6" wacht als startsein, wel.
De rem zit niet in de techniek maar in de cyberdrempel
De plausibelste verklaring voor het uitblijven van een datum is geen tegenvallende benchmark. Het is veiligheid. OpenAI publiceerde begin augustus dat het de mogelijkheid niet langer kan uitsluiten dat Astra de drempel "Critical" haalt voor cybercapaciteit binnen het eigen Preparedness Framework. Dat is de hoogste categorie die het bedrijf kent, en nog nooit eerder toegekend aan een model. Belangrijk detail: OpenAI zegt niet dát de drempel is gehaald — het zegt dat het dat op basis van voorlopige evaluaties niet kan uitsluiten, en dat het onderzoek doorloopt. Het bedrijf vertraagde de ontwikkeling en scherpte de interne beveiliging aan: geïsoleerde testomgevingen, beperkte netwerktoegang, zwaardere versleuteling van modelgewichten.
Daar komt een tweede rem bovenop, en die ligt buiten OpenAI. In diezelfde OpenAI-publicatie schrijft het bedrijf dat het met overheidsinstanties en onafhankelijke veiligheidsgroepen wil samenwerken om de capaciteiten van Astra te valideren en de waarborgen aan te scherpen vóórdat het model uitkomt. Hoe lang zo'n traject duurt, bepaalt OpenAI dus niet in zijn eentje. Wie denkt dat zoiets een formaliteit is, kan het beste onze reconstructie lezen van de negentien dagen dat Claude Fable 5 wereldwijd offline ging na een exportcontroledirectief. Dat was geen aankondiging vooraf. Dat was een model dat op een dinsdag niet meer reageerde.
Sinds die episode gaan wij ervan uit dat de releasedatum van een frontier-model net zo goed door een toezichthouder wordt bepaald als door een trainingsrun. Dat is nieuw, en het maakt elke datumvoorspelling structureel onbetrouwbaarder dan hij twee jaar geleden was.
Drie redeneerlijnen die naar het vierde kwartaal wijzen
Er is geen bron die zegt wanneer de volgende generatiesprong komt. Er zijn wel drie manieren om er onafhankelijk van elkaar naartoe te rekenen — en ze komen op dezelfde plek uit.
Begin bij de cadans. Wie de releasekalender van de grote aanbieders bijhoudt (wij doen dat, omdat we onze eigen modelkeuzes eraan ophangen), ziet vier heel verschillende ritmes:
| Aanbieder | Ritme in 2026 | Laatste grote sprong |
|---|---|---|
| OpenAI | Puntversies om de ~7 weken (5.4 → 5.5 → 5.6) | GPT-5, 7 augustus 2025 — 29 maanden na GPT-4 |
| Anthropic | Opus-lijn gemiddeld ~60 dagen (4.6 → 4.7 → 4.8 → Opus 5) | Fable 5 en Mythos 5, 9 juni 2026 |
| Pro-lijn stil sinds februari; alleen Flash-releases | Gemini 3.1 Pro, 19 februari 2026 | |
| xAI | Puntversies in juli en augustus (4.5, 4.6) | Grok 5 werd rond Q2 2026 verwacht en is er nog niet |
Lijn 1 — de markt. Polymarket geeft de Astra-release 82 procent kans vóór 31 oktober. Dat is geen voorspelling van ons, maar de uitkomst van mensen die met eigen geld tegen elkaar in handelen.
Lijn 2 — de rekensom van Google. Pichai bevestigde op 21 en 22 juli 2026 dat Gemini 4 in pre-training is en noemde het de meest ambitieuze pre-trainingsrun tot nu toe, significant groter dan elke eerdere Gemini, met coding en autonome agents als prioriteit. Google noemt geen doorlooptijd; op basis van eerdere frontier-runs rekenen wij op drie tot vijf maanden pre-training, plus post-training en veiligheidswerk. Tel dat op bij 21 juli en je komt in november of december uit — precies het venster waarin Google zijn vorige generaties lanceerde (Gemini 1.0 op 6 december 2023, Gemini 3 Pro op 18 november 2025). Zowel de doorlooptijd als de conclusie is dus onze afleiding, niet Googles aankondiging.
Lijn 3 — de klok van Anthropic is de zwakste van de drie, en dat zeggen we er liever bij. De Opus-lijn tikte in 2026 op ongeveer zestig dagen tussen releases (4.6 in februari, 4.7 in april, 4.8 in mei, Opus 5 in juli). Voor de zwaarste klasse — waar Claude Fable 5 in zit — bestaat nog helemaal geen ritme, want Fable 5 was op 9 juni 2026 de eerste van die klasse. Er is één hard signaal: Anthropic schrijft in die aankondiging zelf dat er in de komende maanden krachtiger modellen volgen. Reken je "komende maanden" vanaf 9 juni, dan land je in hetzelfde najaarsvenster.
Drie verschillende methodes, één venster: het vierde kwartaal van 2026. Dat maakt het waarschijnlijk, niet zeker. De grootste onzekerheid is de cyberdrempel hierboven, en die kan het OpenAI-deel van dit plaatje maanden opschuiven zonder waarschuwing vooraf.
Komt er ook een Claude 6?
Waarschijnlijk niet onder die naam. Anthropic versienummert per productlijn, niet per merk: er bestaan een Sonnet 5 en een Opus 5, maar er is bewust nooit een release geweest die simpelweg "Claude 5" heette. Een "Claude 6" als productnaam past niet in dat systeem. Reken eerder op een Fable 5.x, een Opus 5.x of een Fable 6.
Officieel is er precies één roadmap-signaal: in de aankondiging van Fable 5 schrijft Anthropic dat er "more capable models arriving in the coming months" aankomen. Verder circuleren er geruchten over een Fable 5.1 in augustus en een Fable 6 eind augustus. Wij behandelen die als gerucht — er is geen aankondiging, geen changelog en geen modelkaart die ze bevestigt.
Wat wel op de plaat staat, is de verwachting die Anthropic-CEO Dario Amodei dit jaar in een uitgebreid interview uitsprak: AI die het meeste kenniswerk aankan is volgens hem een kwestie van één tot drie jaar, en hij zegt voor negentig procent zeker te zijn dat het binnen een decennium zover is. Let op de constructie — een hunch voor de korte termijn, een kansuitspraak voor de lange. Dat is een stuk voorzichtiger dan de "AGI in 2027"-koppen die eromheen zijn gebouwd, en het is de formulering die je moet aanhouden als je er beleid op baseert.
Wat kan zo'n volgende generatie straks?
De meest bruikbare maatstaf is niet een benchmarkscore maar een tijdsduur: hoe lang is de taak die een model nog met vijftig procent kans afmaakt? METR houdt die reeks bij en meet elk nieuw frontier-model erop.
| Model | Meetmoment | 50%-tijdshorizon |
|---|---|---|
| GPT-4 | 2023 | ~3,5 minuten |
| Claude 3.7 Sonnet | februari 2025 | ~59 minuten |
| Claude Opus 4.5 | november 2025 | 4 uur 49 minuten |
| GPT-5.3-Codex | februari 2026 | ~6,5 uur |
| Claude Opus 4.6 | februari 2026 | 14,5 uur (95%-interval: 6 tot 98 uur) |
Die laatste regel verdient een waarschuwing die je zelden in koppen ziet. METR schrijft er zelf bij dat de meting extreem ruizig is omdat de huidige takenset bijna verzadigd is — het interval van 6 tot 98 uur is breder dan de meting zelf betekenisvol maakt. Neem 4 uur 49 als het laatste stevige ankerpunt en behandel 14,5 uur als een richting, niet als een getal. Hoe je dit soort scores in het algemeen moet lezen, staat in ons artikel over AI-benchmarks en wat ze wel en niet zeggen.
Over het tempo waarin die horizon verdubbelt, lopen de cijfers ver uiteen. Het oorspronkelijke METR-onderzoek komt op ongeveer zeven maanden over de periode 2019-2025. AI Digest komt op ongeveer vier maanden voor het afgebakende blok 2024-2025, en op 89 dagen wanneer je 2024 als startpunt neemt en doormeet tot het laatste datapunt — dat tweede venster loopt door over de snelste maanden heen en valt daardoor korter uit. Dat is geen meetfout en geen tegenspraak: het is dezelfde curve, gemeten over een ander venster. Hoe recenter je begint, hoe steiler hij oogt. Voor een businesscase betekent dat iets onaangenaams — de snelste variant is ook de variant met de minste datapunten eronder, en dus de variant die het hardst kan tegenvallen.
Concreet en officieel is dit wat de aanbieders zelf beloven: Astra coördineert agents over uren tot dagen, Gemini 4 mikt op coding en autonome agents, en Altman noemde in augustus 2025 geheugen en personalisatie als de richting voor het model na GPT-5 — "People want memory". De rest, zoals agents die continu blijven draaien in plaats van per opdracht, is extrapolatie. Van ons, en niet van de aanbieders.
Wat dit betekent voor je investeringsbeslissing
Hier zit de praktische kern, en het is niet het antwoord waar de meeste mensen op hopen: wachten op de volgende generatie is geen strategie, want er komt er altijd één. Wie in juni 2026 wachtte op Fable 5, wachtte in augustus op Astra en wacht in december op Gemini 4. Ondertussen draait het proces dat je wilde automatiseren nog steeds handmatig.
De vraag is niet óf je wacht, maar waar je het modelrisico in je architectuur legt. Bij onze AI-implementaties bouwen we daarom modelonafhankelijk: de logica, de data-koppelingen en de controles zitten in je eigen laag, het model zit erachter als vervangbaar onderdeel. Die keuze komt niet uit een whitepaper. Toen Fable 5 negentien dagen wereldwijd offline ging, draaiden al onze workflows binnen twee uur weer op Claude Opus 4.8 — en eerlijk is eerlijk: dat lukte vooral omdat we terug konden naar het model waar we drie dagen eerder vandaan kwamen, niet omdat we goed voorbereid waren. Precies die episode is de reden dat we sindsdien standaard een abstractielaag tussen applicatie en model bouwen, zodat een modelwissel een configuratiewijziging is in plaats van een herbouw. Systemen die rechtstreeks tegen één model-ID aan zijn geschreven, hebben die knop niet.
Wanneer is wachten wél verstandig? Als je use case aantoonbaar strandt op precies de capaciteit die is aangekondigd — meerdaagse agent-coördinatie, bijvoorbeeld — dan is een pilot uitstellen tot Q4 verdedigbaar. Dat geldt voor een minderheid van de MKB-toepassingen. Factuurverwerking, offertes genereren, klantvragen routeren en rapportages samenstellen lopen al jaren prima op modellen van twee generaties terug; die worden niet beter door te wachten, alleen later opgeleverd.
Doe je niets, dan is de kostenpost niet het gemiste model maar het verloren jaar aan procesdata en werkafspraken die je nodig hebt vóórdat een sterker model iets voor je kan betekenen. Wil je die volgorde concreet maken, dan is een AI-implementatie-roadmap de kortste route: eerst vaststellen welke processen modelonafhankelijk te automatiseren zijn, dan pas welk model erachter hangt.
Hoe hard is deze inschatting?
Zo hard als de onderliggende bronnen, en die verschillen sterk in gewicht. De Astra-aankondiging, de cyberdrempel, de Gemini 4-pre-training en de Anthropic-formulering komen uit officiële publicaties. De cadanstabel en het Q4-venster zijn afleidingen van ons uit publieke releasedata. De Polymarket-percentages zijn marktprijzen op één moment, geen prognoses. En alles wat als gerucht op de tijdlijn voorbijkomt — parameteraantallen, contextvensters, releasedata van onbevestigde versies — hebben we bewust weggelaten.
Wat deze inschatting zou omgooien: een publieke Astra-release vóór oktober onder de naam GPT-6, of juist een formele bevestiging dat de Critical-drempel is gehaald, waarmee de release maanden opschuift. Dat eerste zou betekenen dat de markt de naamgeving verkeerd inschatte; het tweede dat regelgeving definitief de releasekalender bepaalt.
Wij werken zelf Claude-first en herzien die keuze bij elke generatiesprong opnieuw — dat is precies waarom we deze kalender bijhouden. Wil je weten wat het huidige aanbod voor jouw processen kan betekenen, zonder op de volgende aankondiging te wachten? Plan een vrijblijvend gesprek, dan lopen we je processen langs en benoemen we welke automatisering vandaag al haalbaar is en welke echt op een sterker model wacht. Voor het bredere keuzevraagstuk: onze vergelijking van AI-modellen zet de huidige generatie naast elkaar op kosten, privacy en prestaties.
Veelgestelde vragen over GPT-6
De vragen die ondernemers ons deze maand het vaakst stellen over de volgende modelgeneratie. Alle antwoorden geven de stand van medio augustus 2026.
Opgesteld met AI-tools en gecontroleerd door het redactieteam van CleverTech AI — tech-leads met ervaring in AI, procesautomatisering en IT-consulting.


