Kort antwoord
Kies een AI-bureau op zes antwoorden die je kunt narekenen: wie er bouwt, van wie de code en de prompts zijn, waar de data draait, wat er in productie staat, hoe er wordt afgerekend en wat er gebeurt als het model verandert. Vraag bij elk criterium het bewijsstuk op — een naam, een contractartikel, een URL, een factuurregel — nooit de belofte erachter. Voer drie gesprekken met dezelfde zes vragen in dezelfde volgorde, en noteer niet het antwoord maar of het document kwam en hoe snel. Blijft één van de zes structureel onbeantwoord, dan is dat het doorslaggevende signaal, ook als de andere vijf overtuigen.
Van lezen naar doen.
Business Center Altena / HVS Trading (Henk Verhoeven)Multi-tenant Huurdersportaal met IoT-energiemonitoring
IoT + AIgeautomatiseerd meterstanden aflezen

Een AI-bureau kies je niet op de pitch, maar op zes antwoorden die je kunt narekenen: wie er bouwt, van wie de code is, waar de data staat, wat er in productie draait, hoe er wordt afgerekend en wat er gebeurt als het model verandert.
Elk van die zes heeft een bewijsstuk. Een naam, een contractartikel, een URL, een factuurregel — geen belofte.
Dat onderscheid is de hele truc. Een offerte vergelijken op tarief en sfeer levert drie keer hetzelfde gevoel op; vergelijken op documenten levert verschillen op die je kunt uitleggen aan je mede-eigenaar.
Dit artikel gaat over de keuze tússen partijen. Hoe je het inhuurproces zelf inricht — welke rol je nodig hebt, wat tarieven zijn, hoe een intake verloopt — staat in AI consultant inhuren.
De bredere context van tools, kosten en aanpak staat in onze complete gids over AI automatisering.
Wij zijn zelf zo'n partij. Daarom staat onder de zes criteria expliciet waar wij afvallen — een lijst waarin de schrijver toevallig overal wint, is geen lijst.
Eerst: heb je wel een bureau nodig?
Drie situaties waarin het antwoord nee is, of in elk geval niet "een MKB-bureau zoals wij".
Een standaardtool lost het al op. Facturen inlezen, e-mail classificeren, notulen maken: daar bestaan abonnementen voor die per maand minder kosten dan één adviesuur.
Onze eigen dienstpagina maatwerk software zegt het in dezelfde bewoordingen: bieden Exact Online, HubSpot of Shopify standaardkoppelingen die voor jou werken, bouw dan niet wat je kant-en-klaar kunt kopen. Onder de vijf medewerkers of met een budget onder €5.000 zijn standaardpakketten of low-code doorgaans kosteneffectiever.
Het is een meerjarig programma met tientallen mensen. Meerdere landen, een eigen data-afdeling, een stuurgroep, aanbestedingsregels: dan koop je capaciteit en governance, niet een team van specialisten.
Een bureau dat op één traject tegelijk is ingericht, kan die belofte niet waarmaken. Vraag daar naar het aantal mensen dat gelijktijdig op jouw programma kan staan, en naar wat er gebeurt als er twee uitvallen.
De toepassing is veiligheidskritisch of vergunningplichtig. De AI Act merkt een systeem aan als hoog risico wanneer het een veiligheidscomponent is in een product dat onder de Europese harmonisatiewetgeving van bijlage I valt én dat product een conformiteitsbeoordeling door een derde partij moet ondergaan (AI Act, artikel 6 lid 1{target="_blank" rel="noopener noreferrer"}).
Daarnaast geldt bijlage III, met acht domeinen waaronder biometrie, kritieke infrastructuur, werving en personeelsbeoordeling, kredietscoring en verzekeringsrisico (AI Act, bijlage III{target="_blank" rel="noopener noreferrer"}). Zit je toepassing daarin, dan heb je een partij nodig die een aangemelde instantie kent en een auditbaar kwaliteitssysteem heeft draaien.
De verplichtingen voor bijlage III-systemen gelden vanaf 2 december 2027, die voor bijlage I-systemen vanaf 2 augustus 2028 (implementatietijdlijn AI Act{target="_blank" rel="noopener noreferrer"}). Dat lijkt ver weg, maar een systeem dat je nu laat bouwen, draait dan nog.
Wat er concreet voor het MKB verandert, staat in de AI Act-checklist.
De zes vragen en hun bewijsstuk
| Vraag | Antwoord dat diskwalificeert | Wat je opvraagt |
|---|---|---|
| Wie bouwt er? | "Daar hebben we partners voor" zonder namen | CV of LinkedIn van de mensen die erop komen |
| Van wie is de code? | "Natuurlijk krijg je de code" | De akte van overdracht, of het artikel in de voorwaarden |
| Waar staat de data? | "Alles is AVG-proof" | Verwerkersovereenkomst, subverwerkerslijst, regio |
| Wat draait er live? | Alleen demo's en pilots | Een URL of inlog, plus het aantal dagelijkse gebruikers |
| Hoe wordt afgerekend? | Een uurtarief zonder scope | Offerte met wat er buiten de prijs valt |
| En als het model verandert? | "Dat regelen wij" | De meting van modelkosten per functie |
De zes secties hieronder werken elk criterium uit: wat je vraagt, waarom het ertoe doet en waaraan je een goed antwoord herkent.
1. Bouwt de partij zelf, en wie zit er straks aan tafel?
Verkoop en uitvoering zijn in deze markt vaak twee verschillende bedrijven. Dat is niet per definitie fout, maar je moet weten welk van de twee je inhuurt.
Stel de vraag letterlijk: wie schrijft de code, staat die persoon op jullie loonlijst, en spreek ik hem of haar tijdens dit traject? Een partij die zelf bouwt, kan binnen een minuut namen noemen.
Een partij die uitbesteedt, herken je aan het antwoord in de derde persoon: "ons ontwikkelteam", "onze partners", "de resources". Vraag dan door naar het land, het tijdverschil en de taal waarin de code-commentaar en de documentatie staan.
Uitbesteding is legitiem wanneer je een specialisme nodig hebt dat één partij niet in huis heeft — een ERP-koppeling, een specifieke medische standaard. Het wordt een probleem wanneer de partij aan tafel alleen doorgeeft wat jij zegt, want dan betaal je een tolk om een misverstand te vertalen.
Let ook op wat de partij nog meer aan je verdient. Licentiemarge is geen diskwalificatie, maar het hoort op tafel te liggen voordat je een toolkeuze bespreekt, niet erna.
Waaraan je een goed antwoord herkent: je krijgt namen, je mag met die mensen praten vóór je tekent, en de partij zegt uit zichzelf welk deel niet bij hen vandaan komt.
2. Van wie zijn de broncode en de prompts als je vertrekt?
Hier zit het grootste verschil tussen wat mensen denken dat geldt en wat er werkelijk geldt. In Nederland ontstaat het auteursrecht op software bij de maker, en een opdracht geven is geen overdracht.
De Auteurswet regelt dat in twee artikelen. Werk dat in dienstverband is gemaakt, hoort bij de werkgever: "Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken (...) wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd" (Auteurswet, artikel 7{target="_blank" rel="noopener noreferrer"}).
Een extern bureau is geen werkgever van jou. Voor die situatie geldt artikel 2: de overeenkomst waarmee auteursrecht wordt overgedragen wordt schriftelijk aangegaan, en "de levering vereist voor overdracht geschiedt (...) bij een daartoe bestemde akte" (Auteurswet, artikel 2 lid 3{target="_blank" rel="noopener noreferrer"}).
Zonder zo'n akte is de code van de bouwer en heb jij een gebruiksrecht. Dat merk je pas op het moment dat je wilt overstappen — precies het moment waarop je geen onderhandelingspositie meer hebt.
Bij AI-werk hoort dezelfde vraag over drie dingen die geen code zijn: de prompts, de evaluatiesets waarmee de kwaliteit is gemeten, en de deployment-scripts. Een systeem waarvan jij de code hebt maar niet de prompts, kun je niet verplaatsen.
Onze eigen voorwaarden voor AI software laten maken leggen dat vast als "de volledige broncode, de prompts, de evaluatiesets, de deployment-scripts en de documentatie zijn jouw eigendom vanaf dag één". Dat citeren we hier niet als verkoopargument, maar als voorbeeld van de formulering waar je bij elke partij om kunt vragen.
Waaraan je een goed antwoord herkent: de partij stuurt het artikel uit de voorwaarden door zonder dat je erom hoeft te vragen, en het noemt prompts en documentatie apart.
3. Waar draait de data, en wat staat er in de verwerkersovereenkomst?
"Wij zijn AVG-proof" is geen antwoord, het is een geruststelling. Het antwoord bestaat uit een document en een landkaart.
De AVG schrijft voor dat verwerking door een verwerker wordt geregeld in een overeenkomst die de verwerker bindt, en somt acht onderwerpen op die daarin moeten staan (AVG, artikel 28 lid 3{target="_blank" rel="noopener noreferrer"}). Twee daarvan doen er bij een AI-traject onevenredig veel toe.
Het eerste is sub d: de verwerker mag pas een andere verwerker inschakelen onder de voorwaarden van lid 2 en 4. Bij AI betekent dat een keten — jouw bureau, hun hostingpartij, de modelleverancier — en je wilt die keten op papier zien, niet horen beschrijven.
Het tweede is sub g: na afloop van de dienstverlening worden alle persoonsgegevens gewist of teruggegeven, inclusief bestaande kopieën. Vraag hoe dat technisch gebeurt bij een model dat op jouw data is afgestemd, want daar is "wissen" een ander woord dan bij een database.
Daarnaast horen er drie feitelijke vragen bij: in welke regio draait de inferentie, staat training op jouw data uit, en hoe lang bewaart de modelleverancier de invoer. Welk model in welke opstelling aan die eisen voldoet, werken we uit in AI en de AVG.
Waaraan je een goed antwoord herkent: je krijgt de verwerkersovereenkomst vóór de offerte, met een actuele subverwerkerslijst erin, en de partij noemt zelf de regio waar de inferentie draait.
4. Draait er iets in productie, of alleen een pilot?
Een pilot bewijst dat iets kan. Productie bewijst dat het bleef werken toen niemand meer keek.
Het verschil is groot genoeg om er de hele referentievraag op te bouwen. Vraag niet om een referentielijst maar om één concreet systeem: mag ik het zien draaien, hoeveel mensen gebruiken het dagelijks, en sinds wanneer?
Drie vervolgvragen scheiden de echte van de opgepoetste cases:
- Wat ging er in de eerste maand na livegang stuk?
- Wie loste dat op, en binnen hoeveel tijd?
- Wat doet het systeem bewust níét, en waarom is dat zo besloten?
Een partij die productiewerk heeft gedaan, antwoordt hierop met detail en enige irritatie, omdat het pijnlijke herinneringen zijn. Een partij die alleen pilots heeft gedraaid, antwoordt in algemeenheden over adoptie en verandermanagement.
Let op de vorm van het bewijs. Een screenshot is geen bewijs, een demo-omgeving is geen bewijs, en een case zonder klantnaam is hooguit een aanwijzing — vraag dan of je de klant mag bellen.
Zelf publiceren we alleen cases van systemen die live staan, met de klant erbij vermeld. Dat is de norm die je bij iedereen mag hanteren.
Waaraan je een goed antwoord herkent: je krijgt een draaiend systeem te zien en een eerlijk verhaal over wat er misging.
5. Per uur, per project of per maand — en wat zit er in het beheer?
De prijsvorm verdeelt het risico, en dat is belangrijker dan de hoogte van het bedrag.
Een uurtarief legt het risico bij jou: loopt het uit, dan betaal je door. Dat past zolang de scope open is, en wordt duur zodra hij vaststaat.
Een vaste projectprijs legt het risico bij de bouwer, mits de scope zwart-op-wit staat. Vraag altijd twee dingen: wat valt er buiten de prijs, en wat kost een wijziging.
Een abonnement koopt beschikbaarheid, geen resultaat. Na livegang is dat precies goed, ervoor zelden.
Het beheer is de post waar offertes het meest uiteenlopen en het minst over wordt doorgevraagd. Zet naast elkaar wat er wel en niet in zit: monitoring, bugfixes, versie-updates van afhankelijkheden, modelkosten, wijzigingsverzoeken, responstijd bij storing en de opzegtermijn.
Ons eigen onderhoud op maatwerksoftware staat op €500-€750 per maand, maandelijks opzegbaar, waarbij kleine applicaties zonder SLA op €500 starten en grotere met koppelingen en responstijd-SLA op €750. Die twee getallen zijn bruikbaar als ijkpunt: een beheercontract dat veel hoger uitvalt hoort iets extra's te bevatten, en een dat veel lager uitvalt bevat waarschijnlijk geen SLA.
Vraag ten slotte wat beheer kost als het systeem door iemand anders is gebouwd. Een partij die dat weigert, verkoopt onderhoud als sluitstuk van de bouw en niet als losse dienst — en dat maakt overstappen duurder dan het hoeft te zijn.
Waaraan je een goed antwoord herkent: het beheercontract staat als aparte bijlage in de offerte, met een opzegtermijn in maanden.
6. Wat gebeurt er als het model verandert of duurder wordt?
Dit is het criterium dat in vrijwel geen enkele offerte staat en dat binnen twee jaar altijd relevant wordt. Modellen worden uitgefaseerd, geprijsd en opnieuw geprijsd, en jouw applicatie merkt dat.
Begin met de uitfasering. Anthropic zegt toe klanten met actieve implementaties "at least 60 days' notice before model retirement for publicly released models" te geven (Anthropic, model deprecations{target="_blank" rel="noopener noreferrer"}).
Dat is geen theorie. Claude Opus 4.1 werd op 5 juni 2026 als deprecated aangekondigd en op 5 augustus 2026 uitgezet; verzoeken aan een uitgefaseerd model falen daarna gewoon.
Zestig dagen is genoeg als je weet welk model waar draait en er een testset ligt. Het is te kort als niemand dat weet, en dan sta je in de zomervakantie een migratie te plannen.
Die termijn is geen marktbrede norm: elke modelleverancier hanteert een eigen uitfaseringsbeleid, en sommige leggen er niets over vast. Vraag dus per leverancier welke termijn geldt en waar die is opgeschreven.
Prijzen bewegen daarbij twee kanten op.
Claude Sonnet 5 staat op $2 per miljoen invoertokens en $10 per miljoen uitvoertokens{target="_blank" rel="noopener noreferrer"}, waar voorganger Sonnet 4.6 op $3 en $15 staat — het nieuwere model is goedkoper. De aangekondigde verhoging van Sonnet 5 naar $3 en $15 per 1 september 2026 is bovendien geschrapt.
Maar prijs per token is niet hetzelfde als prijs per taak. Anthropic vermeldt bij dezelfde prijstabel dat Claude 4.7 en nieuwer een andere tokenizer gebruiken die "approximately 30% more tokens for the same text" produceert.
Daar zit de val. Een gelijk gebleven tarief per miljoen tokens kan bij een modelwissel alsnog een hogere rekening opleveren, omdat dezelfde tekst in meer tokens uiteenvalt — en niemand ziet dat aankomen als er geen meting per functie is.
Vraag daarom drie dingen:
- Meet je de modelkosten per functie, of alleen totaal op de factuur?
- Kan ik van model wisselen zonder herbouw?
- Wie betaalt de migratie als de leverancier een model uitzet?
Wat AI in verschillende vormen kost en hoe je die rekening omlaag brengt, staat in wat kost AI voor bedrijven.
Waaraan je een goed antwoord herkent: de partij kan je een kostenregel per functie laten zien en heeft al eens een model vervangen.
Waar wij zelf afvallen
Vier situaties waarin je beter bij iemand anders terechtkunt, met de reden erbij.
Je zoekt capaciteit, geen team. Onze adviestrajecten lopen van €950 voor een los onderdeel tot €22.500, en maatwerkprojecten tot €75.000 — bedragen die passen bij één traject tegelijk. Heb je twintig mensen tegelijk nodig, dan is dat een ander type organisatie.
Je toepassing valt onder bijlage I of III van de AI Act. Wij werken niet met aangemelde instanties en hebben geen gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem voor conformiteitsbeoordeling. Dat is een specialisme, geen bijzaak.
Je scope verandert elke maand. Wij werken met een vaste projectprijs na scoping, en dat model is slechter dan een uurtarief of een teamabonnement wanneer de richting nog echt open ligt.
Je budget is onder €5.000 en je vraag is standaard. Dan is een pakket of een abonnement goedkoper dan wij zijn, en dat zeggen we ook in het eerste gesprek.
Wat dat eerste gesprek zelf oplevert — een nulmeting, een kansenlijst, een prijs — kun je zien in de AI-scan, en wat een volledige doorlichting kost in AI-audit kosten.
Hoe je drie offertes naast elkaar legt
Voer drie gesprekken en stel in alle drie dezelfde zes vragen in dezelfde volgorde. Wie afwijkende vragen stelt, krijgt onvergelijkbare antwoorden.
Noteer per partij niet het antwoord maar het bewijsstuk: wel of niet ontvangen, en hoe snel. De snelheid waarmee een verwerkersovereenkomst of een artikel over code-eigendom je bereikt, zegt meer over de organisatie dan de inhoud ervan.
Scoor daarna alleen op de criteria die voor jou zwaar wegen. Een zorgpraktijk weegt criterium 3 zwaarder dan criterium 5; een productiebedrijf met een krap budget precies andersom.
En laat het laatste woord aan het bewijsstuk dat ontbreekt. Een partij die op vijf van de zes overtuigt maar de zesde blijft ontwijken, ontwijkt die niet toevallig.
Wil je dit met ons doorlopen, inclusief de vier situaties hierboven waarin we je doorverwijzen? Plan een gesprek en neem de zes vragen mee.
Opgesteld met AI-ondersteuning, geredigeerd en inhoudelijk verantwoord door het Redactieteam CleverTech AI.







